Wat is EMDR?

EMDR staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing.

EMDR is een zeer krachtige en effectief bewezen behandelmethode. Deze methode is ontwikkeld om (post) traumatische gebeurtenissen en vervelende ervaringen te verwerken. Inmiddels is er steeds meer wetenschappelijke ondersteuning dat deze methode ook goed ingezet kan worden bij andere problemen en klachten, zoals bv. angststoornissen, de gevolgen van meervoudige traumatisering en chronische pijn. Ook wanneer iemand last
heeft van een negatief zelfbeeld kan EMDR als, onderdeel van een behandeling, worden toegepast. Door middel van deze intensieve methode komt de cliënt los van ongewenste emoties die een vervelende herinnering automatisch oproept en het leven in het hier en nu op een negatieve manier blijft beïnvloeden.

Werkwijze EMDR:

Tijdens een EMDR sessie wordt er gewerkt met een protocol. De (traumatische) gebeurtenis wordt bewust benoemd en in gedachten teruggehaald met alle bijbehorende gevoelens. Daarna wordt het verwerkingsproces in gang gezet. De cliënt denkt terug aan de gebeurtenis en het gevoel wat daarbij hoort. De cliënt zal middels oogbewegingen de hand van de therapeut volgen. Na een set van oogbewegingen of tikjes die redelijk snel gaan
wordt er gevraagd wat er boven komt. De therapeut laat gebeuren wat het brein op dat moment aangeeft en gaat telkens weer door met de volgende set van oogbewegingen of tikjes. De therapeut gaat net zolang door totdat de kracht en emotionele lading van de herinnering verminderd is. Dit duurt ongeveer een uur tot anderhalf uur. Naarmate de sessie vordert zal het steeds makkelijker worden om aan de betreffende gebeurtenis terug te denken. Er kunnen meerdere sessies nodig zijn. Na de sessie doet het brein zijn werk en is het aan te raden om niet met anderen inhoudelijk te bespreken wat er tijdens de sessie is ervaren. Wel is het erg belangrijk om de sessie goed af te sluiten met de therapeut.

Wanneer kan EMDR ingezet worden als behandeling?

  • Bij traumatische ervaring(en)
  • Bij pijn
  • Bij fobie(ën)
  • Bij woede, wrok en wraak
  • Stressmanagement
  • Inzetten van hulpbronnen(zie RDI)

Wanneer kan EMDR niet ​ingezet worden?

  • Bij epilepsie
  • Hartritmestoornissen
  • Niet aangeboren hersenletsel
  • Psychose(s)

 

RDI = Resource Development & Installation.

RDI betekent min of meer: hulpbronnen versterken en installeren. RDI is bedoeld om de ik-sterkte te vergroten (de draagkracht). Als de therapeutische confrontatie met de traumatische herinnering nog niet voldoende mogelijk is, dan is RDI een juiste keuze om mee te beginnen. Dit gebeurd altijd in overleg met de cliënt.

VOORBEELDEN VAN HULPBRONNEN:

  • Moed
  • Lef
  • Zelfvertrouwen
  • Kracht
  • Overzicht
  • Flair
  • Humor
  • Ontspanning
  • Flexibiliteit enz…

De cliënt benoemt zelf zijn hulpbron.

WERKWIJZE RDI:

Tijdens RDI wordt er gefocust op positieve herinneringen, beelden en symbolen. Er wordt een probleemsituatie benoemd, dit kan bv zijn de toekomstige EMDR sessie, maar ook een lastige situatie waar je op dat moment tegenop ziet zoals bv het geven van een presentatie of een spreekbeurt. Ook hier wordt er gewerkt met een protocol. RDI geeft vaak uitzonderlijke reacties maar kan nooit de EMDR vervangen. Het versterken van de ik-sterkte(draagkracht) is nooit voldoende om de balans tussen draaglast en draagkracht te herstellen en een trauma te verwerken.

Anders dan bij de EMDR wordt er met korte tot zeer korte sets gewerkt wat betreft de oogbewegingen of tikjes. De cliënt gaat op zoek naar een moment in zijn/haar leven waarin hij/zij beschikte over deze hulpbron. Hier wordt een herinnering aan gekoppeld en daarbij zal de cliënt ook een geloofwaardige overtuiging over zichzelf formuleren bv ”ik kan het aan”. De aandacht wordt nu gericht op de bijbehorende emoties en de cliënt geeft aan waar in het lichaam hij/zij dat het sterkst voelt. De hulpbron wordt versterkt. De therapeut vraagt na iedere set oogbewegingen of tikjes naar de interne beleving. “Wat voel je?” “Wat valt je nu op?” Dit gaat door tot er geen negatieve reacties meer opkomen. Vervolgens neemt de cliënt de probleemsituatie in gedachten, gewapend met zijn hulpbron. De cliënt gaat bij de hulpbron een symbool, een krachtwoord, krachtgebaar bedenken zodat dit in het brein geïnstalleerd kan worden als een anker.

 

Soms zijn er meerdere hulpbronnen nodig en dan begint het protocol weer opnieuw. Ook hier is het erg belangrijk om positief af te sluiten met de therapeut door voor vertrek nogmaals de hulpbron en het anker op te roepen vanuit een andere stoel. De cliënt gaat thuis oefenen met het oproepen van zijn hulpbronnen. Dat mag in principe in alle situaties behalve daar waar hij in eerste instantie de RDI voor nodig had.